Jun 122018
 

Precies aan het begin van mijn vaste postroute.

“Hoi Obed! Ken je me nog?”
Graaft in geheugen, ik ben nou een keer slecht met gezichten onthouden.

“Bert! van de politie!”
“Eeeeh oh ja, denk ik.”
“We hebben toen nog koffie gedronken in het hotel.”
“Oh die politie.”
De herinneringen komen terug.

Bert verteld me dat er aanwijzingen zijn dat extreem rechts het over me heeft en mijn adres circuleert op internet. Ik ga uit van een concrete aanwijzing dat er iets beraamd wordt maar het blijft vaag.

“Waar heb je dat gehoord dan?”
“Op het internet.”

Bert vraagt net als de vorige keer informatie over linkse mensen die rechtse mensen iets aan willen doen. Want we kunnen elkaar helpen zo over en weer met al die dreigementen – zo redeneert hij.

Ik zeg (voor de zoveelste keer) nee (ik ga deze politiedienst echt geen info geven whatsoever) Ik vraag of hij me screenshots kan sturen van concrete en recente dreigementen aan mijn adres.
“Ja ik heb mijn politietelefoon niet bij me.”
“Mijn adres ligt sinds Fuck de PVV op straat, al jaren dus.”
“Oh dus daar wist je al van.”
“Ja.”

Ik vraag nog een keer wat hij nou eigenlijk van me wil en herhaal dat ik niks voor hem wil betekenen en dan gaat hij weer.
Ik blijf met een naar gevoel achter.
Waarom begrijpt die geheime politie-dude no means no niet?

 

Rock Against Racism target voor Geheime diensten deel 1

 

Het artikel kunt u vinden op de wesbite van Brains for Breakfast